meer over uit in regio venlo
aanleveren
adverteren
special
column
foto van de maand
alle culturele adressen
contact
contact
theater muziek expo
film\ jeugd plus

Column archief 2009

December: Zuidelijke duende

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat tekstschrijfster en documentairemaakster Tanja Nabben uit Venlo.

Het is oktober, een mooie, zonnige herfstdag. Ik neem een Spaanse collega een dagje mee op toeristisch sleeptouw door Limburg. Enkele maanden hard werken in de prachtmetropolen Berlijn en Madrid deden hem naar frisse lucht verlangen: ‘Alles behalve stad en file', zei hij door de telefoon. Dat zijn de leukste gasten om mee op stap te gaan. Vanuit Venlo zakken we af naar het zuiden. Onderweg stoppen we bij een Mariakapelletje en mijn collega steekt een kaarsje aan. ‘Voor mijn moeder.'

We kopen een pond tamme kastanjes en een paar appelen bij een zelfbedieningstalletje langs de weg. Tegen het einde van onze zwerftocht langs Maasduinen, koperkleurige herfstbossen, schapen, stille dorpen en nog duizend andere mooie dingen, belanden we in het buurtschap Rott, bij Vijlen. We kijken stil uit over het stille Geuldal waar de dampige herfstavond zijn intrede doet. ‘Het gras is hier groener dan thuis, maar toch doet alles me hier aan thuis denken.'

Ik denk na over zijn thuis, een Moors berggehucht in Granada, met uitzicht op de spectaculaire besneeuwde toppen van de Sierra de Granada in het Noorden en de azuurblauwe zee in het zuiden. Granada, over wiens schoonheid Lorca ooit schreef: ‘Wie blind is in Granada, kan beter dood zijn.' Als we terug naar de auto lopen, wil ik hem vragen wat het beeldverband is tussen de lieflijke glooiing aan de voet van Rott en zijn spectaculaire geboortegrond. Maar dan zie ik heimwee over zijn linkerwang rollen. Ik slik mijn vraag in. Vandaag zie ik het mij zo bekende Limburgse land door de ogen van een vreemdeling die naar thuis verlangt. Een ongekende trots maakt zich van me meester; mijn mooie, troostende Limburg.

Op de terugweg naar Noord-Limburg nemen we de autobaan en belanden in een file bij een tunnel. De weemoedige dj van een lokale radiozender draait Harry Bordons gouwe ouwe: ‘Wie sjoeën ós Limburg is...' Mijn collega kijkt me verbaasd aan als ik luidkeels mee begin te brullen. Ik kan me niet inhouden, het gaat vanzelf, mijn oerjeugd stijgt op vanuit mijn tenen en twee coupletten later rolt er ook heimwee over mijn wangen. Als het lied ten einde is beaamt hij met een brede glimlach: ‘Jouw moederland en het mijne; ze zijn van hetzelfde soort... beide hebben duende.'

Een maand later krijg ik een telefoontje van een kennis uit Amsterdam. ‘Ben je in Limboland? We hebben wat frisse lucht nodig.' Ik antwoord dat we frisse voldoende lucht hebben. ‘Maar we willen óók wat cultuur snuiven hoor.' Typisch Randstedelingen; altijd twee snuiven in één klap. Ik antwoord lichtgeraakt dat we naast frisse lucht ook voldoende cultuur hebben om twee Amsterdammers een dag mee te amuseren.

De grootstedelijke Noorderling komt op bezoek; daar wil ik wel een grootstedelijke culturele impressie op maken. Deze tot op het bot verwende cultuursnuivende landgenoten krijg ik niet blij met een pondje kastanjes en een dagje zwerfdagdromen zonder TomTom. Ik denk aan de woorden van mijn vorige gast. Duende... ik zal de Limburgse duende in hun Randstedelijke intellectuele toeristenstrot krijgen! Sputterend zal ik ze laten proeven van ons Limburg in de herfst, waar het naar vochtige aarde ruikt al aan de rand van mijn stad en waar een herftsbockje net zo lekker smaakt als een chablis in Bourgondië in de lente. Hun drukke hoofden zal ik stil krijgen met mooie landschappen waar niks op aan te merken of over te discussiëren valt. Als ze eenmaal rustig zijn mogen ze mee in de koele stilte van mijn lievelingsmuseum om de hoek om de kunsthonger te stillen. En 's avonds zal ik hun pretentieuze monden snoeren met een Limburgse maaltijd van onze enige Franse chef in de stad en een kippenvelconcertje in een heerlijke donkere tent waar nog gerookt en gejankt mag worden.

Misschien bel ik ook wel af en stuur ik ze een paar weblinks van de culturele snuifhoogtepunten in Limboland en een leuk hip hotel. Zuidelijke duende en stadse Noorderlingen; ik ben nog altijd op zoek naar de missing link.

 

November: Visie en daadkracht!

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Ernst-Jan Hölscher, programmeur van poppodium Perron 55 in Venlo.

Je zou het als inwoner van Noord-Limburg wellicht niet zeggen, maar de wereld verstedelijkt in rap tempo. Hoewel we de idioot hoge snelheid, waarin deze ontwikkeling zich in Zuidoost-Azië ontvouwt, in West-Europa niet kennen, ligt ook hier de focus steeds meer op de stad.

En stad zijn is tegenwoordig helemaal niet zo eenvoudig. Aantrekkelijk moet je zijn, toegankelijk, open, slim, een tikkeltje eigenwijs en het liefst een beetje spannend. Sexy wellicht. Er ligt altijd wel ergens een meetlat op de loer om je concurrentiepositie in kaart te brengen. De stad als importbruid, met de Atlas voor gemeenten als catalogus.

Midden in dit krachtenveld bevindt zich ook Venlo. Het gaat er zelfs een beetje onder gebukt, heb ik soms het idee. Er wordt hard gewerkt en hoewel het tempo van de ontwikkelingen niet altijd zo hoog ligt als gewenst; er worden ook resultaten geboekt. Maar de rug wil zich niet rechten, de glans ontbreekt, de trots wil Venlo maar niet uit de ogen stralen. De stadsmuren, reeds eeuwen geleden geslecht, lijken hun defensieve werk niet te willen opgeven en werpen nog steeds een schaduw op dit oh zo charmante stadje aan de Maas.

‘Culturele hoofdstad van Noord-Limburg', ‘Centrumstad voor de euregio'. Bevlogen woorden tijdens een bijeenkomst van de gemeenteraden van Arcen-Velden en Venlo. En niet alleen daar. Aan elke tafel waar ik aanschuif, voor een vergadering, bakje koffie of hapje eten tref ik die bezieling aan. Maar waar het om de knikkers gaat, veranderen bestuurders in angsthazen en is er van een gezamenlijke passie om deze stad nou eens écht op de kaart te zetten schrikbarend weinig over.

De rol als centrumstad ook daadwerkelijk claimen, dat zal de opdracht zijn voor de komende jaren. Op cultureel gebied zal eindelijk die vertaalslag gemaakt moeten worden naar een stedelijke en bovenregionale functie. Het talent, de passie, inspiratie en energie zijn in de hele regio ruimschoots voorhanden.

Dus zet de plannen voor het Museumkwartier om in werkelijkheid, versterk de positie van Limburgs Museum en Museum van Bommel van Dam. Bied aanknopingspunten voor de vele kleinschaliger opererende instellingen in de regio. Maak werk van cultuureducatie en sla die essentiële brug naar de jongere generaties.

Steun Theater de Maaspoort in zijn ambitie om als volwaardig A-theater te functioneren, en behoud daarmee topproducties en grootschalig aanbod voor de regio. Bouw Made in Venlo; laat het doorgroeien tot hét regionale podium voor amateurtheater, popmuziek en dance. Realiseer een volwaardig commercieel filmaanbod en hou daarnaast het karakter en de hoogwaardige programmering van een filmhuis overeind. Makers vinden er een pracht van een werkplaats, kunnen in een inspirerende omgeving bouwen aan hun talent en dat van anderen, en het resultaat daarvan presenteren in een omgeving die hen maximaal faciliteert. Van singer-songwriter tot bigband, van toneelvoorstelling tot een Limburgse cirque de soleil.

Het totale cultuuraanbod in Venlo zal daarmee een magneet zijn voor Noord-Limburg en de gehele Euregio. Talent vindt ruimte en mogelijkheden. Publiek vindt concerten, voorstellingen en films op topniveau. Men kan er genieten van nationale en internationale artiesten en vindt er een plek waar lokaal en regionaal talent optimaal tot zijn recht komt.

Ik ben nu al trots op het Venlo van morgen; een pracht van een dame, met het vuur in de ogen!

 

Oktober: Biënnale? Koud kunstje

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Kees Verbeek, publicist en redacteur van dit blad.

Westelijk van de A73, ter hoogte van hectometerbord 71,6, staat een koe. Dat mag vermeld, want tegenwoordig wordt onze entrecote nog maar zelden in een grazig grasland tot wasdom gebracht, maar als industrieel product met hulp van voedingspreparaten vervaardigd in fabrieken die we nog steeds stal noemen. Maar dit terzijde, want de A73-koe is een kunstkoe, oranjeblauw getekend, althans volgens mijn enigszins kleurenblinde ogen.

Is die kunstkoe ook kunst? Als kunst decoratief mag zijn, ja. Indien kunst de diepste zielenroerselen van de maker moet weerspiegelen, is het beest een verlengde van diens innerlijk, maar wat treft ú aan op de bodem van uw ziel? Moet kunst commentaar op de samenleving zijn, dan is het dier wellicht een statement over de terugdringing van de natuur uit ons landschap. Over eigentijdse, kunstmatige natuur, tot op de vierkante meter beregeld en bijgeharkt in bestemmingsplannen, vergunningenstelsels en bezwaarcommissies.

Misschien is deze koe - geheel tegen haar aard als kuddedier in - de eenzame voorloper van de Biënnale die in 2010 en 2012 in onze regio moet plaatsvinden ter gelegenheid van de Floriade. Thema: Mens en Landschap. Daar hebben we wel wat van in Noord-Limburg: de Maasduinen, de Peel, de Maascorridor met heerlijke gallowaybiefstukjes, eindeloze maïsvelden, slaperige dorpjes, glaspercelen vol trostomaten, bruisende stedelijkheid, intieme eikenbosjes, grindafgravingen in de steilrand, wuivend koren, nachtelijke asfaltvlaktes vol vrachtwagens in brutaal licht en honderden vlinders langs het Pieterpad. De achtertuin van de Randstad en de voortuin van het Ruhrgebied. Een veelzijdige landstreek, die ondanks alle bedrijvigheid nog ruimte heeft. Dat was zo'n beetje de achtergrond, toen eind 2006 de eerste gedachten over een mogelijke biënnale op papier gezet werden.

Ik heb daar toen over meegepraat en dat was enerverend, want we hadden het gevoel dat we met iets bijzonders bezig waren. Ruimte, was de gedachte, is een schaarser wordend goed, dat we met steeds meer mensen en steeds meer activiteiten moeten delen. Het landschap is daar een uitdrukking van. Dit touwtrekken om het landschap speelt zich niet alleen hier af, maar ook mondiaal. De wereldbevolking neemt toe. Het ene na het andere stuk grond wordt verbulldozerd en vervangen door woonwijken, wegen en bedrijventerreinen. Hoe gaan kunstenaars hierop antwoorden?

Gedeputeerde Wolfs van de provincie Limburg, die gaat meebetalen als de gemeentes voldoende geld meebrengen, toonde zich direct groot voorstander. Sindsdien duikt het project met enige regelmaat op in de publiciteit, als het in een van de dertien Noord-Limburgse gemeenten besproken is in een gemeentelijke commissie, wethoudersoverleg, raadsfractie, ambtelijk beraad, collegevergadering, begrotingsvoorbereiding, stafhoofdensamenkomst, burgemeestersbezinning, fractievoorzitterstheekransje, afdelingssecretaressenpraatgroep, bestuurdersretraite, heroverwegingsmoment of cultuurmedewerkerskring. Kortom, het schiet al lekker op.

Straks gaat de organisatie zelf van start met het aanscherpen van het thema en het aanzoeken van kunstenaars, die zich lokaal moeten oriënteren en een plan indienen. Ongetwijfeld moet daar dan over worden gepraat met de gemeenten in verband met bouwvergunningen, bestemmmingsplanontheffingen, formulieren in drievoud, inzageperiodes, burgerspreekuren, inspraakmomenten, uitspraaktermijnen, bezwaarprocedures, afstemmingsgesprekken, hoorzittingen, ingezonden stukken, schoonheidscommissies en dit-is-niet-helemaal-wat-we-ons-voorgesteld-haddeninterpellaties. Moet een koud kunstje zijn. Kortom, over tien maanden - 1 augustus - begint onze biënnale met tweehonderd activiteiten en naar verwachting 200 duizend bezoekers.

Die kunstkoe aan de A73 hebben we in elk geval alvast. Tenzij intussen blijkt dat ze niet over de juiste vergunningen beschikt.

 

September: Keer een artiest nooit je rug toe, je oren zitten dan immers verkeerd!  

Over slecht luisterpubliek in Venlo en zo...

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Jan Duijf, organisator en  programmeur Cambrinus Concertpodium in Horst.

Als het om kunstbeleving gaat zijn enkele lichaamsdelen onontbeerlijk. Op de eerste plaats het allergrootste deel van je lijf dat uitdrukking geeft aan opperste verrukkingen: je vel. Als een kunstenaar je kippenvel bezorgd dan 'is ie ontegenzeggelijk goed!' Op de tweede plaats het hart waarvan ze zeggen dat je vooral dáár diep geraakt wordt als het om emoties gaat. En tot slot de hersenmassa tussen je oren. Per slot van rekening wil je anderen kunnen vertellen dat je ook intellectueel genoten hebt. ‘Het klopte helemaal!'

Maar al die creatieve prikkels worden pas in een van die lichaamsdelen genoteerd als er ergens een ontvanger is van al die prikkels. En in een kunstvorm als muziek vervullen vooral de oren daarbij de functie van schotelantenne. Nu zou je zeggen dat wanneer de oren zeggen 'dít is goed, zeg', dat dan de eigenaar van de rest van dat lijf simpelweg ook meteen doorheeft dat er bijzondere geluiden te ontwaren zijn. Een attente, nieuwsgierige luisterhouding zou je dan veronderstellen.

Niks is echter minder waar. In het huidige 24-uurscommunicatietijdperk  - we hebben contact met iedereen op elk (on)gewenst moment - lijken de oren als een beschermende filter voorgeprogrammeerd. Alleen wat we al duizend maal via media voorgekauwd hebben gekregen, wordt herkend als prettig. Immers de hersencellen hoeven niet veel te verwerken, want de inhoud is voorspelbaar. En doet zich iets ongewenst voor? Dan worden we alsnog gered door de zapper. Die rust doet velen blijkbaar goed...

Aandachtig luisteren naar nieuwe, onbekende muziek impliceert dat de luisteraar zijn oren op scherp zet. Vooral niks willen missen. Het is ietwat vermoeiend, maar de ontvanger krijgt er veel voor terug. Zoveel zelfs dat hij zich rijk voelt worden... rijk van ervaringen, eenmalig soms. Het rijke gevoel dat je kunt hebben na een avond theaterbezoek, waarin je diep geraakt werd door de inhoud.

Sterker echter dan de kracht van welke artiest dan ook lijkt voor velen de kracht van de ringtone op de mobiele telefoon. Zodra de mobiel van zich laat horen, spitsen zich acuut de oren en sporen de reflexen aan tot opnemen. ‘Ja hallo..?' Alle interesses die er waren op het moment dat de telefoon zich meldde, worden afgeserveerd. Gesprekken worden geofferd alsof ze er niet zijn geweest. En niet zelden worden toch al niet erg inhoudelijke gesprekken afgelost door nóg minder inhoudelijke. Het mechanisme werkt immers - ‘ja hallo..?' - en we denken dat we communiceren. Wat de communicatie met uitvoerende muzikanten betreft, is het vaak niet anders en als er maar een glimp van geluid overkomt, denken we dat we het geheel al gehoord hebben. Dat er zoiets is als finesse, deert daarbij niet. Niet gehoord betekent niet gemist... en als het daarbij dan toch gezellig was, wat wil je dan nog meer?

Het terrasjespubliek dat op de Markt in Venlo voor de voorstelling over Don Quichotte (in het Limburgs bewerkt tot De Man van d'r Meule) geen oren had, kan dan ook in tegenstelling tot wat Dagblad de Limburger schreef (‘Venlonaren geen luisterpubliek') weinig kwalijk worden genomen. Het deed wat je van een terrasjespubliek kan verwachten: vele gesprekken zullen er zijn gevoerd, afgewisseld door misschien net zovele telefoontjes. ‘Ober...!' En de voorstelling...? Ach...

Wil je dat kunst met inhoud - muziek, theater, film, literatuur of wat dan ook - een aandachtig publiek krijgt, zorg er dan voor dat de oren van de ontvangers op de goede golflengte afgesteld staan. En op de weinige speciaal daarvoor ingerichte plekken met díe randvoorwaarden die het mogelijk maken dat er echt geluisterd wordt mag je je publiek dan tot de orde roepen. Niet op de Markt in Venlo...

En die andere luisterplekken? Koester ze, wees er zuinig op. Het zijn er niet zoveel meer...

 

Juli-augustus: Cultuureducatie in primair onderwijs is ontdekkend leren

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Hanneke Suilen-Hendriks, bovenschools cultuurcoördinator voor de Stichtingen Fortior en Kerobei (ZienenZo).

Cultuureducatie is al verschillende jaren ‘hot' in het primair onderwijs. Maar wat verstaan we hier nu eigenlijk onder? Een mooie definitie is: alle educatieve activiteiten en vormen waarbij kunst, cultuur, erfgoed en media als doel of middel wordt ingezet. Vormen van educatie die beogen de leerlingen in contact te brengen met kunst, cultuur, erfgoed en media in actieve, receptieve dan wel reflectieve vorm. Een hele mond vol zult u zeggen, maar vertel nu maar wat je er in de praktijk mee doet!

Eigenlijk is het helemaal niet zo moeilijk. Laten we eens kijken binnen het vak wereldoriëntatie. Hierin komt het thema ‘Romeinen' aan de orde. Hoe kunnen we nu verbindingen leggen in het reguliere lespakket, bijvoorbeeld met het thema ‘Romeinen en kunst en cultuur'?

We starten met taal. In de taalles krijgen de leerlingen de opdracht om gezamenlijk een verhaal te schrijven. Dit verhaal zou kunnen gaan over een jonge Romeinse slaaf die aan  het einde van het verhaal de zoon van een rijke edelman blijkt te zijn. Heel romantisch en zelf bedacht door de leerlingen. We gaan bekijken hoe de mensen eruit zagen in die periode en vervolgens ontwerpen we kleding voor ‘van slaaf tot edelman'. Dit verhaal leent  zich er voortreffelijk voor om met een dramadocent aan de slag te gaan. Bij een voorstelling hoort ook muziek en dus gaan we met een muziekdocent aan de slag en onderzoeken we welke instrumenten er in die tijd gebruikt werden. Samen met deze docent worden muziekinstrumentjes gemaakt en liedjes ingestudeerd. Als we dan ook nog de Romeinse architectuur hierbij betrekken kunnen we een decor gaan ontwerpen voor een voorstelling waarin het geschreven verhaal centraal staat. Maar als je gaat bouwen moet je ook kunnen meten en rekenen. Dat doen we in Romeinse cijfers. Een bezoek aan het Limburgs Museum kan natuurlijk niet ontbreken binnen dit thema.

U begrijpt dat de toets die op het einde van de rit plaatsvindt door alle leerlingen met een goed punt wordt afgesloten. School saai? Nee hoor, leren is ‘cool'. 

Waarom doen we dit eigenlijk?

Wat is er heerlijker dan kinderen te zien genieten van een mooie voorstelling, spannende verhalen of muziek. Hoe geweldig is het om zelf te kunnen ontdekken en onderzoeken.

Binnen het onderwijs willen we de natuurlijke nieuwsgierigheid van de leerlingen prikkelen. Dat gebeurt door kinderen te leren zich open te stellen voor de wereld om hen heen (leefstijlen, kunst en cultuur, geschiedenis, samenleving enzovoort). Kinderen leren vooral door eigen ervaringen en belevingen. Daarom  richten we de leeromgeving zo in dat kinderen hun nieuwsgierigheid gebruiken om te leren.

Onderwijsactiviteiten in kunst en cultuur horen daarom integraal tot het leer- en vormingsaanbod van de school en worden als volwaardige en belangrijke onderdelen van het programma beschouwd. Daarbij komt dat niet alle kinderen op dezelfde manier leren. Iedereen is uniek. De een is visueel ingesteld, de ander luistert graag. Zo zijn er tal van mogelijkheden om informatie op te nemen.

Cultuureducatie biedt een schat aan mogelijkheden om talenten bij kinderen aan te spreken, en te ontwikkelen. Onderwijs was decennia lang vooral cognitief gericht met een sterk accent op taal en rekenen; nu biedt cultuureducatie tal van openingen om te komen tot een werkelijk breed vormingsaanbod. Het gaat hier om de totale persoonlijke ontwikkeling van onze kinderen. Onze intentie is dat zij belangstelling krijgen voor kunst en cultuur en hier actief aan gaan deelnemen. Daarbij is kennismaken met en invloed ervaren van andere culturen een welkome aanvulling op de activiteiten in het licht van de verdere integratie van andere culturen in onze maatschappij.

Voor mij is cultuur een manier van leven. Alles om ons heen heeft wel op de een of andere manier te maken met cultuur. Toen ik de mogelijkheid kreeg om met kunst en cultuur aan de slag te gaan in het primair onderwijs heb ik dan ook geen moment getwijfeld. Onderwijs is altijd in beweging en het is heerlijk om in deze ‘mallemolen' mee te draaien.

 

Juni: Een nieuw fenomeen

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Paul van Doesum, voorzitter van Literair Café Venray-regio.

Soms vraag je je af, waarom je met je tijd mee zou gaan. Lekker met een boekje in een hoekje en af en toe luisteren naar een schrijver op radio of TV of in het echt naar een schrijver in het Literair Café Venray-regio. Vaak gloedvol weet hij daar over zijn werk te vertellen. Wat wil je nog meer? Laat de tijd de tijd. Voor mij hoeft er niet zo nodig getwitterd te worden.

Op 22 maart jl. bracht Tommy Wieringa een bezoek aan het Theehuis van het St. Odapark in Venray. Zijn optreden in het Literair Café toen, blonk uit door originaliteit. Hij manifesteerde  zich overigens meer als performer dan als literator. Het beloofde goeds kwam er ook uit.

Maar nauwelijks had hij zijn stem verheven of er gingen bellen in mijn hoofd rinkelen. Ik kende die stem! Waar had ik die meer gehoord? En opeens dacht ik aan die zonovergoten dag, vorig jaar, toen ik samen met mijn eega in onze Fiat Stilo door Frankrijks wijnstreken trok, de caravan achter ons aan.

Het verhaal van Joe Speedboat klonk uit de achterste geluidboxen van de auto. Het was voor mij de eerste keer, dat ik een luisterboek ‘las', een nieuw fenomeen, waarmee ik nog moest leren omgaan. Ons gesprek stokte, sterker nog, alle communicatie in de auto stopte. Er moest gelezen (geluisterd) worden. Langzaam ontwikkelde zich het romangebeuren, terwijl de airco op volle kracht draaide. Omdat wij die dag meer dan 500 kilometer voor de boeg hadden, naderden wij tegelijkertijd de camping en het slotakkoord van Joe Speedboat.  Met de receptie van de camping in zicht, parkeerden wij onze auto met caravan op het ontvangstgedeelte. Wij werden door de stem van Tommy Wieringa veroordeeld om nog even het verhaal af te luisteren, het was nog niet gedaan, het was nog hooguit vijf minuten en wij waren zeer geboeid! De verwonderde gezichten rondom ons negeerden wij. Het verhaal was uit!

Daarna meldden wij ons bij de receptie voor de intake. Maar nauwelijks waren wij de slagboom gepasseerd of de receptioniste hing het bordje complet voor de balie. Het was een narrow escape; Joe Speedboat had geen 317 in plaats van 316 pagina's moeten tellen!

Terwijl wij op onze lauweren rustten, gezeten onder een grote boom, klonk het slot van het verhaal in mij na: ‘We horen inderdaad niks, net zo min als wij nog worden gehoord. Automobilisten die langsflitsen zien misschien vanuit een ooghoek het puntje van onze kerktoren boven het scherm uitsteken, met daarop de haon die kraonig blef, maar verder heeft de wereld ons aan het zicht onttrokken. Maar daarachter zijn wij niet gestorven. Noch zijn wij van gedaante veranderd. Wij zijn hier nog.'

Een luisterboek kan je, als dat boeiend gesproken wordt, zo in zijn greep krijgen, dat lezen ervan riskant is. Het kan je zomaar je plaats op de camping kosten. Als je met je tijd meegaat is dat het risico van dit nieuwe fenomeen! Aanbevolen!

 

Mei: Jongeren in de twilightzone?

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Richard Wering, docent CKV en handvaardigheid.

Op de een of andere manier hoor ik altijd dat jongeren niets met kunst op hebben. Hoezo niets met kunst? Ik ben als mens nog nooit zo vaak in een jaar naar het theater geweest. Dit jaar maar liefst drie keer naar een opera. Mijn leerlingen zijn nu alweer aan het plannen wanneer dat we naar de volgende opera kunnen gaan. Soms denk ik: ‘Is this the twilight zone!'

Jongeren zijn alleseters. Je kunt ze alles voorschotelen. Je moet het alleen durven. Oké, misschien gaan ze niet uit zich zelf naar een opera. Daar moeten we gewoon een eerste stap in zetten, maar je moet het gezien hebben om er verliefd op te worden. Ik nodig ze gewoon uit om bijvoorbeeld naar een museum te gaan en dan verbaast het me altijd dat er binnen een korte tijd veel jongeren mee willen.

Neem nu een fantastisch initiatief zoals Kunst en Klank afgelopen maand. Dit is een samenwerking tussen het Limburgs Museum, Museum van Bommel van Dam en het LSO. We hadden ons hiervoor ingeschreven. Veertig man gaan mee. Later nog twintig erbij: er waren extra kaartjes waren en die was ik binnen dertig minuten kwijt. Ongelofelijk, je gaat uiteindelijk met zestig jongeren. Ik had er zelf heel veel zin in. Zo'n experiment is gewoon te gek. Ik was wel heel benieuwd wat ze ervan zouden vinden. Raakt het ze? Of juist niet? Gaan ze dan kletsen? Je weet het niet. We hadden wel een les op school gemaakt over hoe je muziek in de beeldende kunst kunt herkennen. Dit is toch zware kost. Maar hoe het er daar uit zou zien was niet helder. Het blijft toch een beetje raar. Het echte is altijd veel beter. Kunst moet je kunnen proeven en ruiken, zeg ik altijd.

Uiteindelijk is iedereen echt onder de indruk. Als ik er dan over klets met de leerlingen zie je dat ze iets nieuws gehoord hebben. Dat ze de kunst en of de muziek beter begrijpen, maar belangrijker nog: ze zijn geraakt! ‘Het was zo veel heftiger om zo naar de werken van Cornelia Schleime te kijken', zei een van mijn leerlingen.

Als iemand nog denkt dat leerlingen niets doen op cultureel gebied. Waarom kiezen leerlingen voor een stomme film van Charley Chaplin in het filmhuis? Waarom gaan jongeren een project aan met Het Raam en zijn ze dan te zien in een te gek filmpje over free running? Waarom maken ze te gekke (stopmotion) films die ze op Youtube zetten? Waarom gaan ze massaal naar Galerie new Untiteld in de Bolwaterstraat? Ze kunnen ook kiezen voor iets makelijkers. Nee, mijn jongeren willen iets zien. Ze weten wat er te zien is en maken een keuze. De juiste! Dit inspireert mij weer om in te springen op het actuele kunstaanbod in Venlo en om niet terughoudend te zijn in moeilijke kunst. Je moet er gewoon mee bezig zijn. Vragen durven stellen. Jongeren durven die vragen vaak nog te stellen.

Ik zou zeggen: er is weer een nieuwe maand dat je met ze op pad kunt. Je kunt veel van ze leren, juist omdat ze open staan. Nodig ze uit om toffe dingen te doen. Dat doe ik ook.

April: Een museumstuk appeltaart

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Kees Verbeek, redacteur van Uit in regio Venlo en publicist. 

Begin april is traditioneel - dit jaar alweer het 28ste - Museumweekend. Het wordt georganiseerd door de Nederlandse Museumvereniging en de bedoeling is om - zo staat het op de webstek van de vereniging: ‘het merk museum krachtig, één keer per jaar, onder de aandacht te brengen van het Nederlandse publiek.' De cursivering is van mij.

De musea halen voor het Museumweekend van alles uit de kast. Dat varieert van een extra kaakje bij de thee tot spectaculaire activiteiten. Zo meen ik me te herinneren dat het Limburgs Museum in Venlo een paar jaar geleden een heel Romeinenkamp liet opslaan in het Julianapark.

Die aanpak werkt. Vorig jaar lag het aantal bezoekers tijdens het Museumweekend landelijk rond de 950 duizend. Verdeeld over vijfhonderd deelnemende musea is dat gemiddeld per museum per dag 950 bezoekers.

Om de loop er een beetje in te krijgen, verzint de Museumvereniging elk jaar een - wat men zelf noemt - aansprekend thema. Dit jaar moet u zich laten verleiden door een ‘museumstuk'. Fijn, zo'n woordspelig woord, want natuurlijk denk ik direct aan Venus van Milo. Tenslotte raakte Jan Wolkers in Kort Amerikaans ook danig onder de indruk van een gipsen vrouwentors. Maar ik corrigeer mezelf: ‘Schrijf nu geen flauwiteiten. De Museumvereniging komt vast met een subtiele, meer intelligente benadering.'

En wat blijkt? De Museumvereniging stuurt affiches de wereld in, onder meer van ene Jacqueline: het museumstuk dat ons in een Arnhems museum opwacht. Voor vrouwen heeft men een Ruud en een Barry achter de hand.

Toegegeven, er zullen weinig mannen zijn die Jacqueline hun bed uit zullen trappen - je kunt immers altijd nog naar een logeerbed uitwijken - maar toch: wat verwacht men nu eigenlijk? Moeten we er op deze manier toe worden overgehaald om - ik noem maar wat - het postzegelmuseum of het kruideniersmuseum te bezoeken? Zijn we dan zo blond met z'n allen?

Blijkbaar zijn we zo blond, want we krijgen ook nog een aantal ‘tips en trucs' mee om ons museumbezoek ‘nog aantrekkelijker' te maken. Zo krijgen we het advies om eens een zaal over te slaan en die later te bekijken. Kijk, dat helpt ons over onze schroom heen om een museum binnen te stappen. Ook buitengewoon opwekkend: bekijk iets eerst van dichtbij en dan van veraf. Zou ik zelf nooit opgekomen zijn. Een opgave die ik evenmin zelf verzin: hoeveel voorwerpen zijn (gedeeltelijk) groen? Kortom, de suppoosten van de Museumvereniging kun je om een boodschap sturen. De meest opmerkelijke aanmoediging tot museumbezoek is wel de suggestie een stukje appeltaart bij de koffie of thee te eten.

Noord-Limburg telt iets meer dan twintig musea. Wat er zaterdag 4 en zondag 5 april te doen is, vindt u elders op deze webstek, op www.museumweekend.nl en de sites van de musea zelf. Daar is veel bij dat de moeite waard is. Ondanks Jacqueline en haar appeltaart.

 

Maart: Carrièreswitch naar Duitsland

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat dichter en performer Daan Doesborgh.

Literatuur is van oudsher een opeenvolging van generaties. Van tijd tot tijd staat een groep jonge dichters op die roept dat de gevestigde orde in de poëzie stoffig en vastgeroest is, dat er behoefte is aan vernieuwing. Ton Anbeek noemde het ‘zweepslagen in het gezicht van de oude generatie', Thomas Vaessens citeert: ‘Jij bent een ouwe lul, wij gaan het anders doen'.

Het spijt me zeer voor de dichters die alom worden bewonderd in het Limburgse, maar wordt er al geruime tijd regelmatig  tegen hun strandwachterstoelen geschopt door polemische uitspraken van onder anderen Chrétien Breukers, nu is het echt afgelopen. De Limburgse poëzie van dit moment wordt gekenmerkt door stilstand, en dat moet maar eens afgelopen zijn. Er is werk aan de Winkels.

Wanneer we de poëzie even in nationaal licht bekijken, is daar een interessante ontwikkeling in te herkennen. De voordrachtskunst is van groeiend belang in het hedendaagse literaire veld. Een mijlpaal in de emancipatie van de podiumdichter was Hagar Peeters' verschijning op Poetry International, en daaropvolgend haar contract bij De Bezige Bij, zonder ooit in een tijdschrift gepubliceerd te hebben. Slechts door veelvuldig optreden had zij haar naam gevestigd. De poetry  slams (voordrachtswedstrijden) schieten in heel Nederland als paddenstoelen uit de grond. Voorzichtige, trage Nederlandse paddenstoelen, dat wel, maar het begin is gemaakt.

Dan even een sprong naar Duitsland, een onvermijdelijke sprong als het over Limburgse cultuur gaat. In Duitsland is, in tegenstelling tot Nederland, waar de term tussen haakjes moet worden uitgelegd, de poetry slam een gevestigd fenomeen geworden. Op de ZDF is er maandelijks een te zien, en de lokale podia zijn ontelbaar. Nederlandse slamdichters overwegen een carrièreswitch naar Duitsland, omdat ze in Nederland elke slam al tot vervelens toe bezocht hebben. In het licht van deze ontwikkeling is het natuurlijk interessant hoe de situatie is in Limburg: neigt de Limburgse slamscene naar het doodse karakter van de Nederlandse, of is hier eenzelfde populariteit als enkele meters oostwaarts te vinden?

Het antwoord is teleurstellend en voorspelbaar tegelijk. Bij mijn weten is in Limburg geen enkele poetry slam te vinden, en dat kenmerkt de Limburgse poëzie. Quirien van Haelen doet met de jaarlijkse Open/Dicht in Roggel een prachtige poging, maar moet wegens gebrek aan deelnemers het wedstrijdelement achterwege laten. Daarnaast zijn er in onze provincie slechts weinig organisatoren te vinden die het aandurven een programma samen te stellen dat verder gaat dan ‘fronsende dichter leest tien minuten voor', eventueel afgewisseld met ‘nonchalant geklede singer-songwriter verzorgt muzikaal intermezzo'.

De poetry slam is het toneel van de jonge dichters, het is een maandelijkse fuck you naar de lezing-op-een-barkruk-generatie, en de bestorming van de letteren door de performers is een voorbode van de zoveelste machtswisseling in de literatuur, opdat in 2030 een groep jonge, rebelse papierdichters al die podia weer af kan breken. Dit is een oproep aan de jongste generatie Limburgse dichters: kruip achter MSN vandaan, loop naar je lokale kroeg en start een poetry slam. Sittard, Heerlen, Maastricht, Venlo, Roermond en de rest. Word wakker en schop!

Januari-februari: 't Kumt zoals 't kumt

Elke maand vraagt Uit in regio Venlo iemand om zijn licht te laten schijnen over kunst, cultuur of tijdverschijnsel in de regio. Deze maand is dat Rick Vercauteren, directeur van Museum van Bommel van Dam in Venlo.

‘ 't kumt zoals 'kumt en 't gaat zoals 't gaat - zalde'r iets van maken, of zalde blijven staan.'

                                                                                                          Gerard van Maasakkers

Een aantal jaren geleden, nota bene op de avond van de viering van Sint Maarten, woei er een ijskoude noordenwind door de smalle straten van het stadscentrum in Venlo. De winter hing, zo leek het, onafwendbaar in de messcherpe lucht. Met veel genoegen zong ik telkens weer het refrein van het liedje 't kumt zoals 't kumt van Gerard van Maasakkers. Kleine groepjes mensen, die opvallend anders waren gekleed, ‘zapten' op die elfde van de elfde ritueel van kroeg naar kroeg. Terwijl er overal luide hoempamuziek schalde, schoot me, ik ging naar een besloten vergadering over de oprichting van een nieuw magazine, plots de inhoud van een fascinerend boek van professor Herman Pleij over de ware aard van diverse folkloristische ‘feesten der omgekeerde wereld' te binnen. 

In vroeger tijden waren mensen, vooral als de dagen korter werden, enorm bang en onzeker. Duisternis, honger en koude werden echt gevreesd. Tijdens de overgang van herfst naar winter besteedde men dan ook extra zorg aan de minst bedeelden en was er veel aandacht voor kinderen en jonge mensen die van nature al extra kwetsbaar waren. Tijdens Sint Maarten ontstak men grote vuren (tegen de koude), deelde men kleding uit en gaf men voedsel aan de minst bedeelden. Tevens maakte men op dit alsook op andere feesten harde Ketelmuziek. Met veel lawaai probeerde men de boze geesten te verdrijven.

Op Sint Nicolaas, Onnozele Kinderendag en Drie Koningen kregen jonge mensen, zoals we ook kunnen zien op kunstwerken van Jheronimus Bosch, Pieter Bruegel en Jan Steen, extra aandacht. Kinderen mochten op één dag de baas zijn en werden, toen overgewicht nog geen issue was, gestimuleerd om veel te snoepen en zich zo ritueel te wapenen tegen de komende ontberingen.

Om de angst voor het onbekende en het onzekere te bezweren, organiseert men gedurende de herfst en winter een serie symbolische feesten: Sint Maarten (11 november), Sint Nicolaas (6 december), Onnozele Kinderen (28 december), Drie Koningen (6 januari), Maria Lichtmis (2 februari) en tot slot Carnaval dat ook wel Vastelavond wordt genoemd. De symboliek van die folkloristische feesten en rituelen is opmerkelijk. Zo worden er - met name om de sociale hygiëne te bevorderen - tijdelijk schijnrepublieken en spotheerschappijen met hiërarchie ingesteld. Tegelijkertijd treden de echte machthebbers bewust terug. Burgers vermommen zich; men speelt toneel; houdt grollige voordrachten; zingt drollige liederen en eet én drinkt uitbundig.

Ritueel zet men de wereld op zijn kop: gekken, narren, wilden en zotten leveren kritisch en humoristisch commentaar op de samenleving. Ieder jaar weer trekt een stoet met wagens door de plaatsen: het zijn groteske, rijdende spiegels die de bewoners worden voorgehouden. Na afloop zet men de stoet met (scheeps)wagens letterlijk en figuurlijk buiten de stadsmuren. Het therapeutisch ventiel wordt na bewezen diensten symbolisch weer gesloten.

Helaas kunnen we dat veelbetekenend ritueel in Venlo anno 2009 niet herhalen. De muren van de inmiddels 666 jaar oude stad zijn immers gesloopt. Een C2C-vlot op de rivier zou in dit jubileumjaar natuurlijk soelaas kunnen bieden. In mijn geestesoog glijdt er medio maart, onder de rook van Pernis, een ingenieus vervaardigd vlot boordevol scheepswagens richting Noordzee. Met zo'n langzaam vergaand, mobiel spotrijk kunnen spitsvondige criticasters én inventieve C2C-designers uit de regio Venlo zich zowel ludiek als artistiek, conform de ware aard, betekenis en ziel van de folklore, op de gemediacratiseerde kaart in Nederland zetten!

Twee jaar geleden - op die waterkoude elfde van de elfde - was het nog een droom. Zonder het wellicht te beseffen, leest u nu een korte tekst in het eerste nummer van het tweede jaar van het magazine Uit in regio Venlo! De redactieleden in spe hebben destijds eendrachtig besloten om - in de geest van het refrein in 't kumt zoals 't kumt van Gerard van Maasakkers - er samen iets van te maken. Waarvan acte. Namens alle betrokkenen in regio Venlo veel lees- en kijkgenot toegewenst. Wij zullen u met genoegen op onze locaties blijven ontvangen.